Jeu de boules

ADO heeft een jeu de boules baan waar fanatiek op gespeeld wordt. De baan bestaat uit vijf wedstrijdbanen. De afmetingen zijn geschikt voor competitie, maar op dit moment wordt er alleen een onderlinge competitie gehouden.

Er zijn twee groepen actief, de ene op de woensdagmiddag en de andere op de woensdagavond. Elke week zijn er totaal ongeveer 35 enthousiaste mensen op de baan te vinden. Een kwartier voor aanvang is iedereen aanwezig, waarna er wordt geloot om de teams samen te stellen om gezellig drie potjes te spelen.

Aanvangstijden:

  • Woensdagmiddag 14.00 uur
  • Woensdagavond 19.30 uur

Enthousiast geworden?

Iedereen die denkt “Jeu de boules, dat is wat voor mij”, kan vrijblijvend meedoen. Je kunt de eerste keren gratis proefdraaien en kijken of deelname aan de jeu de boules bevalt. Ben je nog steeds enthousiast? Schrijf je dan definitief in als lid!

Voor vragen en inlichtingen: Carla Visser tel. 0786734657 of Maaike Liefaard tel 0786731437.

Wij hopen dat je enthousiast bent geworden van onze jeu de boules afdeling. Kom gerust een keer kijken of doe gezellig mee.


Spelregels jeu de boules

Hier volgen de regels die bij het jeu de boulen worden gebruik:

Jeu de Boules is een verzamelnaam voor balspelen. Ons spelsoort heet Pétanque. Onderstaand vind je de internationale spelregels in beknopte vorm. Pétanque wordt gespeeld, 2 tegen 2 met elk drie boules; 3 tegen 3 met elk 2 boules; maar ook 1 tegen 1 met elk 3 boules.

1 tegen 1 noemen we tête à tête, 2 tegen 2 doublette en 3 tegen 3 triplette.

Het but (doelballetje) is van hout en mag reglementair een diameter hebben van 25 tot 35 mm. De boules moeten beantwoorden aan een diameter die varieert van 7.05 tot 8 cm, en het gewicht mag minimaal 650 en maximaal 800 gram zijn.

Er wordt tussen de teams geloot (met een muntstuk) wie mag beginnen. De winnaar trekt op één meter van welk obstakel ook een cirkel met een diameter tussen de 35 en 50 centimeter, wanneer het terrein 4 meter breed is. Is het terrein 3 meter breed dan is de afstand 75 cm en bij 2 meter wordt dat 50 cm.

De speler die het but werpt zal deze tussen de 6 en 10 meter moeten deponeren. Even als de cirkel moet ook het but de voorgeschreven afstand hebben van een obstakel als in de vorige alinea genoemd.

Het team dat het but werpt, werpt ook de eerste boule en probeert deze zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen. Daarbij moet er op gelet worden dat de voeten in de cirkel staan en zij niet van hun plaats mogen komen voordat de geworpen boule de grond heeft geraakt.

Lukt het vervolgens de tegenstander hun boule beter te plaatsen, dan hebben zij de leiding. Nu mag het eerste team weer proberen de situatie naar haar voordeel om te buigen en gaat daarmee door tot het al of niet gelukt is. Heeft een team geen boules meer dan kunnen haar tegenstanders met de nog resterende boules proberen meer punten te scoren. Hebben beide teams geen boules meer dan worden de punten geteld. Dat zijn er zoveel, als een team boules dichter bij het but heeft liggen dan de beste boule van zijn tegenstander. Er is nu één mène gespeeld. De winnaar is het team dat als eerste 13 punten heeft gehaald.